Organic JAS


 
Main Image

Materialen -> Katoen


    Katoen is een zaadvezel afkomstig uit de zaden van de katoenplant.
    De katoenplant behoort tot de familie van malvengewassen (Gossypium) en is een eenjarige struik.
    Katoen komt oorspronkelijk uit India maar wordt inmiddels wereldwijd verbouwd.
    Tegenwoordig verbouwt men grotendeels wit katoen waarbij Gossypium Herbaceum de meest voorkomende soort is.
    Er bestaat echter ook gekleurd katoen.

    KENMERKEN VAN KATOEN IN KLEDING:
    - Zacht.
    - Katoenvezel is licht en luchtig en voelt daardoor zacht aan.
    - Katoen neemt tot 20% van zijn eigen gewicht in vocht op voor het nat aanvoelt.
    - Lucht en vocht doorlatend.

    Informatie van de katoenvezel:
    Katoen is een zachte vezel die uit opperhuid (epidermis) van de zaden van de katoenplant groeit.
    Een vezel is samengesteld uit twintig tot dertig laagjes cellulose die om elkaar heen gedraaid zijn.
    Deze zaden en dus de vezels zitten verzameld in een zaadbol.
    Als een zaadbol zich opent drogen de vezels tot gedraaide platte draden die zich aan elkaar hechten.
    Na het plukken van katoen worden de vezels gescheiden van de zaden en worden de vezels ontdaan van eiwitten en was (een soort waslaag genaamd cuticula vanwege de aanwezige stof cutine, beschermt de vezel).
    Wat overblijft is een pluizige bol van lichte, luchtige vezels.
    De vezels worden doorgaans tot draden gesponnen en als zodanig gebruikt om textiel van te maken.

    De geschiedenis van de katoenplant:
    Van de katoenplant wordt gezegd dat ze van Indiaanse oorsrpong is maar er wordt echter ook beweerd dat de katoenplant al vele eeuwen voor Christus bekend was bij de Egyptenaren.
    Via China en de Arabische wereld is in de dertiende eeuw na Christus de katoenplant ook in Europa terechtgekomen.
    En via Europa is katoen uiteindelijk ook bekend geworden in Amerika en later nog Australie.
    Het gebruik van katoen nam flink toe in de zeventiende en achtiende eeuw als gevolg van nieuwe uitvindingen en verbeteringen van spinmachines.
    Gedurende de wereldhandel in deze periode was katoen een heel belangrijk handelswaar en werd daarom ook wel wit goud genoemd.
    Begin negentiende eeuw is het gebruik en dus de teelt van katoen nog meer toegenomen door de uitvinding van Cotton-Gin, een machine waarmee de katoenvezels machinaal van de zaden gescheiden konden worden.
    Helaas zorgde deze uitvinding voor een toename in de toen al bestaande slavernij omdat de vele katoen nog steed gezaaid moest worden evenals geoogst en het gebruik alleen maar toenam.
    Pas aan het begin van de twintigste eeuw komt er een afname in de teelt van de katoenplant als gevolg van de ontwikkeling van de eerste synthetische vezels.
    Omdat de katoenplant abeidsintensief is waren de synthetische vezels goedkoper.
    In de jaren zestig komt katoen echter weer helemaal terug dankzij de intrede van de chemische industrie in de landbouw.
    De katoenplant werd meer en meer geschikt gemaakt voor massaproduktie dankzij nieuwe technologieën zoals plantveredeling en monoteelt en met hulp van de chemische industrie die onder andere kunstmest en chemische pesticiden introduceerde.

    Katoen en chemicalieën:
    Tegenwoordig is de teelt van katoen één van de meest destructieve teelwijzen ter wereld.
    Wereldwijd neemt katoenteelt een percentage van circa 2,5% in beslag van het landbouwoppervlak.
    Maar de teelt van katoen is wel verantwoordelijk voor het gebruik van meer als 20% van alle pesticiden (insectenverdelgers) en 10% van alle herbiciden (onkruidverdelgers).
    Tijdens het telen van katoen wordt de aarde bewerkt met kunstmest en herbiciden en worden de planten bespoten met pesticiden.
    Ook heeft de katoenplant erg veel water nodig.
    Om katoen machinaal te kunnen oogsten moet de katoenplant eerst chemisch worden ontbladerd.
    Na het oogsten wordt katoen gebleekt met chloor.
    Bij het verder verwerken van katoen voegt men verschillende chemische stoffen toe zoals formaldehyde (antikreukmiddel), weekmakers, anti-statische middelen, vuilafstoters en brandvertragende middelen.
    Ook tijdens eventuele opslag en transport wordt katoen bewerkt met chemische bestrijdingsmiddelen tegen motten en schimmels.
    Een t-shirt van niet-biologisch katoen bevat meestal tweederde katoen en éénderde chemische toevoegingen welke via de stof in uw huid kunnen lekken.
    Toch mag men zo’n t-shirt 100% katoen noemen ondanks het feit dat de specifieke ademende en vochtopnemende eigenschappen van het katoen vaak verloren zijn gegaan.
    Biologisch katoen wordt op biologische wijze verbouwd, met de hand geplukt en ondergaat geen chemische nabehandelingen.

    Genetische gemanipuleerd katoen:
    Om een oplossing te vinden voor steeds meer uitgeput rakende landbouwgronden en om het almaar stijgende gebruik van pesticiden tegen te gaan vanwege resistentie bij insecten, heeft men genetisch gemanipuleerd katoen geintroduceerd.
    Genetisch gemanipuleerde katoenzaden zijn gepatenteerd zodat ze in het eigendom zijn van grote industrieën.
    Hiermee worden vooral arme boeren (financieel) afhankelijk gemaakt van multinationals.
    Dit noemt men economische slavernij.
    Door niet te vermijden schulden iemand financieel afhankelijk maken van anderen die deze macht misbruiken ten gunste van zichzelf.
    Voor arme boeren is dit een situatie zonder uitzicht.
    Vooral in Azie en Amerika wordt veel genetisch gemanupileerd katoen verbouwd.
    In Amerika is zelfs zo’n driekwart van de totale katoenteelt genetisch gemanipuleerd.
    Desondanks wordt in de meer dan honderd landen waar momenteel katoen wordt verbouwd nog steeds zo’n 75% op conventionele wijze verbouwd terwijl genetisch gemanipuleerd katoen nu zo’n 25% van de katoenteelt voor zijn rekening neemt.
    Biologisch gekweekt katoen is helaas voor minder dan 1% onderdeel van de mondiale katoenteelt maar dit percentage is gelukkig stijgende.
    Momenteel is China de grootste producent van katoen gevolgd door India, Amerika en Pakistan.